Info

Persbericht - Snellere opsporing bloedingen en trombose mogelijk door nieuwe test

Nederlandse wetenschappers hebben een nieuwe test ontwikkeld die het mogelijk maakt om bloedingen en trombose bij patiënten sneller op te sporen. De bevindingen worden vandaag gepubliceerd in het gerenommeerde wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications, dat online verschijnt. Het onderzoek is verricht binnen het landelijke topinstituut CTMM, dat medische innovaties stimuleert.

Professor Johan Heemskerk, verbonden aan het Maastricht Universitair Medisch Centrum (Maastricht UMC+), spreekt van een belangrijke doorbraak:  “Om deze test te kunnen ontwikkelen, hebben we op grote schaal informatie over trombusvorming verzameld in een ’flowkamer’ - een nagemaakt bloedvaatje -  met stromend bloed. Dat is nog nooit eerder op deze schaal gebeurd.” Het voordeel van de test is dat slechts een paar vingerdruppels bloed nodig zijn en de test binnen een paar minuten uitslag geeft, vertelt Heemskerk. “Met dat kleine beetje bloed kunnen we dan aan de hand van bloedplaatjes vaststellen wat er precies met de patiënt aan de hand is. De bloedplaatjes zorgen er bij een bloeding voor dat het stollingsproces op gang komt en het bloeden stopt. Bij trombose werkt het omgekeerd: dan zijn de bloedplaatjes overactief en kan er een hersen- of hartinfarct ontstaan.”

Susanne de Witt, die het onderzoek verrichtte en binnenkort promoveert, ziet een aantal mogelijke toepassingen van de nieuwe test. “Bijvoorbeeld bij mensen met een bloedingsprobleem, die bij een operatie of ongeval sterk bloeden. Daarbij kan met deze nieuwe flowkamertest snel worden vastgesteld wat het precieze probleem is. De test kan ook gebruikt gaan worden bij mensen die verdacht worden van trombose, om vast te stellen hoe groot de kans is dat ze daadwerkelijk trombose ontwikkelen. En verder zouden we bij mensen die bloedverdunners krijgen, kunnen vaststellen of die wel adequaat werken.”

Het is de bedoeling de bloedtest verder door te ontwikkelen, zodat hij in de toekomst niet alleen in ziekenhuizen, maar ook bij de huisarts gebruikt kan gaan worden.